Fiche de révision : Verbes irréguliers néerlandais

Plan du Cours

  1. Verbes de bakken à drinken
  2. Verbes de eten à houden
  3. Verbes de jagen à lopen
  4. Verbes de moeten à staan
  5. Verbes de stelen à vliegen
  6. Verbes de vragen à zwijgen

1. Verbes de bakken à drinken

Points essentiels

  • Formes et sens des cinq verbes:

    • bakken — bakte/bakten — gebakken — cuire — hebben
    • beginnen — begon/begonnen — begonnen — commencer — zijn
    • begrijpen — begreep/begrepen — begrepen — comprendre — hebben
    • besluiten — besloot/besloten — besloten — décider — hebben
    • bewegen — bewoog/bewogen — bewogen — bouger — hebben
  • Formes et sens des cinq verbes:

    • bewijzen — bewees/bewezen — bewezen — prouver — hebben
    • bezoeken — bezocht/bezochten — bezocht — visiter — hebben
    • bidden — bad/baden — gebeden — prier — hebben
    • bijten — beet/beten — gebeten — mordre — hebben
    • blazen — blies/bliezen — geblazen — souffler — hebben
  • Formes et sens des cinq verbes:

    • blijken — bleek/bleken — gebleken — sembler — zijn
    • blijven — bleef/bleven — gebleven — rester — zijn
    • breken — brak/braken — gebroken — casser — hebben
    • brengen — bracht/brachten — gebracht — apporter — hebben
    • denken — dacht/dachten — gedacht — penser — hebben
  • Formes et sens des trois verbes:

    • doen — deed/deden — gedaan — faire — hebben
    • dragen — droeg/droegen — gedragen — porter — hebben
    • drinken — dronk/dronken — gedronken — boire — hebben

2. Verbes de eten à houden

Points essentiels

  • Formes et sens des cinq verbes:

    • eten — at/aten — gegeten — manger — hebben
    • fluiten — float/floten — gefloten — siffler — hebben
    • gaan — ging/gingen — gegaan — aller — zijn
    • genezen — genas/genazen — genezen — guérir — zijn/hebben
    • genieten — genoot/genoten — genoten — profiter — hebben
  • Formes et sens des cinq verbes:

    • geven — gaf/gaven — gegeven — donner — hebben
    • gieten — goot/goten — gegoten — verser — hebben
    • glijden — gleed/gleden — gegleden — glisser — zijn/hebben
    • graven — groef/groeven — gegraven — creuser — hebben
    • grijpen — greep/grepen — gegrepen — saisir/prendre — hebben
  • Formes et sens des cinq verbes:

    • hangen — hing/hingen — gehangen — pendre — hebben
    • hebben — had/hadden — gehad — avoir — hebben
    • helpen — hielp/hielpen — geholpen — aider — hebben
    • heten — heette/heetten — geheten — s'appeler — hebben
    • houden — hield/hielden — gehouden — tenir — hebben

3. Verbes de jagen à lopen

Points essentiels

  • Formes et sens des cinq verbes:

    • jagen — joeg/joegen — gejaagd — chasser — hebben
    • kiezen — koos/kozen — gekozen — choisir — hebben
    • kijken — keek/keken — gekeken — regarder — hebben
    • klimmen — klom/klommen — geklommen — grimper — zijn/hebben
    • komen — kwam/kwamen — gekomen — venir — zijn
  • Formes et sens des cinq verbes:

    • kopen — kocht/kochten — gekocht — acheter — hebben
    • krijgen — kreeg/kregen — gekregen — recevoir — hebben
    • kruipen — kroop/kropen — gekropen — ramper — zijn/hebben
    • kunnen — kon/konden — gekund — pouvoir (capacité) — hebben
    • lachen — lachte/lachten — gelachen — rire — hebben
  • Formes et sens des cinq verbes:

    • laten — liet/lieten — gelaten — laisser — hebben
    • lezen — las/lazen — gelezen — lire — hebben
    • liegen — loog/logen — gelogen — mentir — hebben
    • liggen — lag/lagen — gelegen — être couché/se situer — hebben
    • lijken — leek/leken — geleken — sembler/ressembler à — hebben
  • Formes et sens des cinq verbes:

    • lopen — liep/liepen — gelopen — courir — zijn/hebben
    • moeten — moest/moesten — gemoeten — devoir — hebben
    • mogen — mocht/mochten — gemogen — pouvoir (autorisation) — hebben
    • nemen — nam/namen — genomen — prendre — hebben
    • ontbijten — ontbeet/ontbeten — ontbeten — déjeuner — hebben

4. Verbes de moeten à staan

Points essentiels

  • Formes et sens des cinq verbes:

    • ontmoeten — ontmoette/ontmoetten — ontmoet — rencontrer — hebben
    • ontvangen — ontving/ontvingen — ontvangen — recevoir/accueillir — hebben
    • rijden — reed/reden — gereden — rouler — zijn/hebben
    • roepen — riep/riepen — geroepen — appeler — hebben
    • ruiken — rook/roken — geroken — sentir — hebben
  • Formes et sens des cinq verbes:

    • schijnen — scheen/schenen — geschenen — briller/paraître — hebben
    • schrijven — schreef/schreven — geschreven — écrire — hebben
    • schrikken — schrok/schrokken — geschrokken — avoir peur — zijn
    • slaan — sloeg/sloegen — geslagen — frapper — zijn/hebben
    • slapen — sliep/sliepen — geslapen — dormir — hebben
  • Formes et sens des cinq verbes:

    • sluiten — sloot/sloten — gesloten — fermer — hebben
    • smelten — smolt/smolten — gesmolten — fondre — zijn/hebben
    • snijden — sneed/sneden — gesneden — couper — hebben
    • snuiten — snoot/snoten — gesnoten — (se) moucher — hebben
    • spreken — sprak/spraken — gesproken — parler — hebben
  • Formes et sens des cinq verbes:

    • springen — sprong/sprongen — gesprongen — sauter — zijn/hebben
    • staan — stond/stonden — gestaan — être debout — hebben
    • stelen — stal/stalen — gestolen — voler quelque chose — hebben
    • sterven — storf/storven — gestorven — décéder — zijn
    • trekken — trok/trokken — getrokken — tirer — hebben

5. Verbes de stelen à vliegen

Points essentiels

  • Formes et sens des cinq verbes:

    • vallen — viel/vielen — gevallen — tomber — zijn
    • vangen — ving/vingen — gevangen — attraper — hebben
    • varen — voer/voeren — gevaren — naviguer — zijn/hebben
    • verdwijnen — verdween/verdwenen — verdwenen — disparaître — zijn
    • vergeten — vergat/vergaten — vergeten — zijn/hebben
  • Formes et sens des cinq verbes:

    • verliezen — verloor/verloren — verloren — perdre — zijn/hebben
    • verstaan — verstond/verstonden — verstaan — comprendre — hebben
    • vertrekken — vertrok/vertrokken — vertrokken — partir — zijn
    • vinden — vond/vonden — gevonden — trouver — hebben
    • vliegen — vloog/vlogen — gevlogen — voler dans les airs — zijn/hebben

6. Verbes de vragen à zwijgen

Points essentiels

  • Formes et sens des cinq verbes:

    • vragen — vroeg/vroegen — gevraagd — demander — hebben
    • wassen — waste/wasten — gewassen — laver — hebben
    • weten — wist/wisten — geweten — savoir — hebben
    • willen — wilde/wilden — gewild — vouloir — hebben
    • winnen — won/wonnen — gewonnen — gagner — hebben
  • Formes et sens des cinq verbes:

    • worden — werd/werden — geworden — devenir — zijn
    • zeggen — zei/zeiden — gezegd — dire — hebben
    • zenden — zond/zonden — gezonden — envoyer — hebben
    • zien — zag/zagen — gezien — voir — hebben
    • zijn — was/waren — geweest — être — zijn
  • Formes et sens des cinq verbes:

    • zingen — zong/zongen — gezongen — chanter — hebben
    • zitten — zat/zaten — gezeten — être assis — hebben
    • zoeken — zocht/zochten — gezocht — chercher — hebben
    • zwemmen — zwom/zwommen — gezwommen — nager — zijn/hebben
    • zwijgen — zweeg/zwegen — gezwegen — se taire — hebben

Tableaux de synthèse

Auxiliaires particuliers

AuxiliaireVerbes concernés
zijnbeginnen, blijken, blijven, gaan, komen, schrikken, sterven, vallen, verdwijnen, vertrekken, worden, zijn
zijn/hebbenduiken, genezen, glijden, klimmen, kruipen, lopen, rijden, slaan, smelten, springen, varen, vergeten, verliezen, vliegen
hebbenLa majorité des autres verbes de la liste

Teste tes connaissances

Teste tes connaissances sur Verbes irréguliers néerlandais avec 20 questions à choix multiples et corrections détaillées.

1. Quel auxiliaire accompagne « beginnen » au passé composé néerlandais ?

2. Quelle forme correspond au participe passé de « bijten » ?

Faire le QCM →

Révisez avec les flashcards

Mémorisez les concepts clés de Verbes irréguliers néerlandais avec 46 flashcards interactives.

Quel auxiliaire utilise le verbe 'beginnen' au passé composé ?

Zijn

Quel est le verbe néerlandais pour 'comprendre' ?

Begrijpen

Quel est le participe passé du verbe 'bidden' ?

Gebeden

Voir les flashcards →

Cours similaires

Crée tes propres fiches de révision

Importe ton cours et l'IA génère fiches, QCM et flashcards en 30 secondes.

Générateur de fiches